Niets is wat het lijkt…
Ik loop met blote voeten over het natte gras,
Ik huiver want mijn voet raakt een diepe plas.
In de verte zie ik iets bewegen,
Iets rozig komt tot leven.
Het huppelt naar me toe,
Best wel grappig, als je ziet hoe.
Als het wat dichter komt, zie ik wat het is,
Geen hond en zeker geen kattenpis.
Het was een konijn,
Zo donzig en fijn.
Maar dan plots maakt het een vreemde sprong,
Waarmee al de ellende begon.
Het sprong op mijn voet en beet in mijn teen,
Langzaam maar zeker zag ik hoe die verdween.
Daarna at hij de anderen op,
Ik zwaaide mijn been in de lucht en riep:<<STOP!>>
Maar niets hielp en toch even later,
Beging hij een enorme flater.
Ik riep:<<Kijk daar!>>
<<Een groot bord vol kaviaar!>>
Hij trapte er natuurlijk in,
En vergat mij, zijn lekker ding.
Ik rende weg, maar was niet erg snel,
Ik had maar één voet meer, weet je wel.
Dus had hij mij meteen weer beet,
Ondanks dat ik dat zo vermeed.
Even later was mijn been ook weg,
Ik strompelde en viel achterover op de heg.
Twee minuten later waren mijn benen afgekloven,
Dus klom hij nog wat meer naar boven.
Mijn hand en vingers was ik ook snel kwijt,
Ik kreunde en klaagde:<<Zie je niet hoeveel ik lijd!>>
Maar hij luisterde niet en hopsakee,
Die romp die was ook al mee.
Mee opgegeten door het beest,
Zoals je nu dus ook leest.
Mijn hoofd was het enige dat hij niet opat,
Maar denk maar niet dat hij dat vergat.
Oogbollen en snottebel,
Dat smaakt gewoon niet goed, weet je wel.
Twee weken later, ik weet het nog goed,
Lag ik daar nog steeds, helemaal bebloed.
Men heeft mij opgeraapt en weggegooid,
Zo zie je maar vertrouw nooit,
Nooit iemand die schattig blijkt,
Want niets, ja niets is wat het lijkt!